Between January 1942 and 1945 Paul Guggenheim crossed an ocean twice and lived under four flags, none of which was his own. Turn the globe, or choose a stop, to follow him — the filled marks are places he lived; the open marks are where the letters came from.
Stop 01 of 17
De haltes in tekst
Tussen januari 1942 en 1945 stak Paul Guggenheim twee keer een oceaan over en leefde hij onder vier vlaggen, waarvan geen enkele de zijne was. Draai de wereldbol of kies een halte om hem te volgen — de gevulde punten zijn plaatsen waar hij woonde; de open punten zijn waar de brieven vandaan kwamen.
1. Amsterdam
Tot 30 januari 1942 · Vertrek
Twee keer was hun vertrek geweigerd. In het najaar van 1941 ging Paul naar een oud-collega van de verffabriek in Delft en gaf hem een envelop met ƒ 5.000, met de belofte van het dubbele als er een uitreisvergunning kwam. Weken later stemde de Gestapo in — op voorwaarde dat alles wat ze bezaten, de aandelen, de meubels, de levensverzekering, werd overgedragen aan de bank Lippmann, Rosenthal. Op 30 januari 1942 vertrokken ze.
So we had to transfer all things of value … at the favour of the Bank Lipman & Rosenthal at Amsterdam.
In het Engels geschreven door Paul zelf.
2. Parijs
30 – 31 januari 1942 · Op doorreis
Twee dagen dwars door bezet Frankrijk. Pauls eigen verslag aan de minister van Oorlog vat het samen in één regel: hij verliet Amsterdam op 30 januari en „bereikte de Spaanse grens op 1 februari 1942”. Verder is er uit die dagen niets bewaard.
3. Hendaye
1 februari 1942 · De grens
De grens aan de Bidasoa, waar door Duitsland beheerst Frankrijk ophield en het Spanje van Franco begon — de datum die hij het ministerie gaf, 1 februari 1942, is het enige bewijs van de oversteek. Op zijn stamkaart zijn het drie woorden: „via Frankr., Sp., Cuba.”
4. Bilbao
Februari 1942 · Op doorreis
Vanuit Bilbao huurden ze een auto om de hele noordkust af te rijden naar Vigo, op tijd voor een schip dat op 7 februari 1942 zou vertrekken. Zij haalden het. Het schip niet.
5. Vigo
Februari – maart 1942 · Haven van inscheping
Het vertrek werd „voor onbepaalde tijd” uitgesteld en ze wachtten een maand. Paul werd hier ziek; in augustus was hij „sinds Vigo” zes kilo afgevallen. Hier begon Regine ook voor het eerst over scheiden — hij deed het toen af. Op 9 maart namen ze de trein naar Lissabon.
6. Lissabon
Maart – april 1942 · De laatste Europese haven
Op 11 maart 1942, twee dagen na aankomst, meldde Paul zich bij de Nederlandse consul om dienst te nemen. Hij moest eerst naar Cuba. Regine stond erop in het Hotel Métropol te logeren, het duurste van de stad; later schreef hij dat hij en hun vrienden niet begrepen „hoe ze in Lissabon tekeerging”.
wie sie in Lissabon tobte, um im teuersten Hotel Métropol zu wohnen
hoe ze in Lissabon tekeerging om in het duurste hotel, het Métropol, te logeren
7. Tiscornia
9 april – begin november 1942 · Interneringskamp
Zeven maanden achter het prikkeldraad buiten Havana. Hier brak het huwelijk: op 24 juli schreef hij zijn schoonouders dat hij zich „wahnsinnig down u kaput” voelde. De Nederlandse geïnterneerden zongen er hun eigen lied over, op een bekende wijs — soep met rijst ’s middags, rijst met soep ’s avonds, en nooit water in de douches.
Ich wollte, ich würde irgendwo sitzen u arbeiten, einerlei wo… dann würde ich wohl eher über alles hinwegkommen.
Ik wou dat ik ergens kon zitten en werken, maakt niet uit waar… dan zou ik er waarschijnlijk eerder overheen komen.
8. Havana
November 1942 – 1 februari 1943 · Vrijgelaten, staatloos
Begin november vrijgelaten in een stad waar in december alles groen was en de winkels vol lagen. Hij woonde in bij een Cubaans gezin, las de kranten in het Spaans, ontmoette Giselda Blanco — en meldde zich vrijwillig voor het Nederlandse leger: „Ik voel het niet langer alleen als mijn plicht; als Jood heb ik de plicht.” Op 1 februari 1943 vertrok hij.
Ahí van mis labios para que los bese muchas veces.
Daar gaan mijn lippen, opdat je ze vele malen kust.
9. New York
Februari 1943 · Op doorreis
Van Cuba naar het noorden, naar het Nederlandse opleidingskamp in Canada — hij verliet Havana op 1 februari 1943 en was vier dagen later in Ontario. De doortocht door de Verenigde Staten, het land op wiens affidavits hij vergeefs had gewacht, duurde nauwelijks een dag of twee.
10. Guelph, Ontario
5 februari – 10 juni 1943 · Juliana Barracks
Op 5 februari 1943 in Juliana Barracks als soldaat beëdigd, op 20 mei korporaal. In april schreef hij de minister van Oorlog met het verzoek terug te krijgen wat de weg naar de dienst hem had gekost: $ 800 overtocht, $ 330 voor zijn verblijf in Tiscornia, $ 275 voor het Cubaanse visum — $ 1.605 in totaal. Op 10 juni verliet hij Canada.
Reiskosten Portugal – Cuba … Am.$ 800.—
Reiskosten Portugal–Cuba: US $ 800.
11. Wrottesley Park
Juni 1943 – november 1944 · Radio, daarna Militair Gezag
Vanaf 18 juni 1943 in Engeland, telegrafist bij de radiosectie van de Brigade, later geplaatst bij het detachement Militair Gezag. Hij verzocht twee keer Nederlander te worden: op 6 september 1943 (afgewezen op 26 oktober) en opnieuw op 6 juli 1944, met een uiteenzetting van vijftien jaar in Nederland en het verlies van zijn Duitse nationaliteit in de Reichsanzeiger.
dat hij zich verknocht voelt aan de Nederlandsche, democratische staatsinstelling en het Vorstenhuis
12. Ipswich
November 1943 · Gedetacheerd
Zes weken suikerbieten rooien in Suffolk. Hier schreef Fred Stokvis hem over het mislukte naturalisatieverzoek: „Jammer, dat je request niet het gewenschte resultaat heeft gehad. Ik was er wel bang voor. Het komt best in orde zoodra je weer in Nederland bent.”
Jammer, dat je request niet het gewenschte resultaat heeft gehad. Ik was er wel bang voor.
13. Catterick
December 1943 · Cursus
Een verbindingscursus in Yorkshire, rond Kerstmis 1943. De brief van Stokvis van 28 december sluit af zoals hij ze vier jaar lang afsloot: „Houdt je maar taai, ouwe jongen.”
Houdt je maar taai, ouwe jongen.
14. Caen, Normandië
Augustus – november 1944 · Waar de Brigade landde
De Prinses Irene Brigade landde in augustus 1944 in Normandië. Paul was er niet bij: volgens zijn stamkaart bleef hij tot 6 november 1944 in Engeland bij Militair Gezag, toen hij „overzee” werd gezonden, naar het bevrijde zuiden. Op 30 december noteerde het ministerie van Oorlog geen bezwaar dat hij als Nederlander werd aangemerkt.
15. Tilburg
November 1944 – mei 1945 · Militair Gezag, het bevrijde zuiden
Militair Gezag bestuurde die winter de bevrijde provincies onder de rivieren, vanuit Brabant en Limburg, terwijl Amsterdam en Den Haag onder de bezetting honger leden. Op 1 maart 1945 werd Paul tijdelijk sergeant. Waar hij precies geplaatst was, vermeldt de kaart niet.
16. Den Haag
Zomer 1945 · Bevrijding
Na de Duitse capitulatie in mei 1945 was hij in het westen van het land. De foto van Paul en Hetty op de motorkap van een jeep, nog in battledress, is hoogstwaarschijnlijk die zomer in Den Haag of Scheveningen genomen — de vroegste foto van hen samen.
17. Amsterdam
1945 – 1946 · Terugkeer
Terug bij Butonia, O.Z. Achterburgwal 146, wonend in een pension, zijn tegoeden geblokkeerd en zijn boeken en foto’s gestolen. Toen zijn moeder die winter overleed en hem een voorkeursdeel naliet „als hij in nood zou zijn”, schreef hij Karl dat hij het weigerde. Op 27 november 1946 werd hij uit het leger ontslagen.
Ich bitte Euch dringend, keinen Gebrauch von der mir zugesagten Bevorzugung zu machen.
Ik verzoek jullie dringend geen gebruik te maken van de voorkeur die mij is toegezegd.
Plaatsen waar brieven vandaan kwamen
Jeruzalem
1942 – 1946 · Karl, zijn broer
Karl Guggenheim schreef maandelijks en nummerde elke brief, zodat ze wisten welke nooit aankwamen. In brief nr. 9, van 12 december 1942, gaf hij door wat mensen die uit nazi-Europa waren uitgewisseld hem hadden verteld: „de volledige vernietiging van grote Joodse gemeenschappen, een massamoord van onvoorstelbare omvang.”
die völlige Vernichtung grosser jüdischer Gemeinden, ein in seinen Ausmassen unvorstellbarer Massenmord.
de volledige vernietiging van grote Joodse gemeenschappen, een massamoord van onvoorstelbare omvang.
Petach Tikwa
1942 – 1944 · Rosi, zijn moeder
Zijn moeder schreef uit Palestina, waar ze afhankelijk van haar kinderen leefde. Op 10 september 1944 stelde ze een testament op: haar spaargeld bij de Anglo-Palestine Bank en haar zilver in drie gelijke delen — „mocht mijn zoon Paul in nood zijn, dan vraag ik hem te bevoordelen.” In haar laatste brief, van 11 oktober 1945, betreurt ze dat ze nooit een eigen kamer heeft gehad.
Sollte mein Sohn Paul bedrängt sein, so bitte ich, ihn zu bevorzugen.
Mocht mijn zoon Paul in nood zijn, dan vraag ik hem te bevoordelen.
Philadelphia
1942 · Henny, Julius en Gretel
Henny Hirsch schreef op 13 juli 1942, toen Paul nog achter het prikkeldraad van Tiscornia zat: „Nu wens ik jullie dat jullie heel gauw kunnen komen, maar vooral dat jullie uit het kamp mogen.”
Nun wünsche ich Euch, dass Ihr recht bald kommen könnt, aber vor allem aus dem Lager heraus könnt.
Nu wens ik jullie dat jullie heel gauw kunnen komen, maar vooral dat jullie uit het kamp mogen.
Harrogate
1942 – 1943 · De Fränkels, zijn schoonfamilie
Regines familie in Yorkshire, met wie Paul de lange, bittere correspondentie over de scheidingsregeling voerde. „Hoe men zo tactloos, bruut en gemeen kan zijn, begrijp ik niet,” schreef hij in augustus 1942. „God behoede mij voor zo’n houding.”
Wie man so taktlos, brutal und gemein sein kann, verstehe ich nicht.
Hoe men zo tactloos, bruut en gemeen kan zijn, begrijp ik niet.
Zürich
1942 · Butonia
Hoofdkantoor van Butonia A.G., de knopenfirma die Paul in Amsterdam voor zijn schoonvader leidde. De directie in Zürich hielp in 1941 de Cubaanse visa te regelen; na de oorlog schreef Paul vanaf hetzelfde bureau aan de Achterburgwal weer naar Zürich om stalen en prijslijsten.
Buenos Aires
November 1942 · Ernesto, een vriend
Een van de verspreide Maccabi-vrienden. Paul schreef naar Argentinië, Brazilië, Zuid-Afrika, Palestina, Cuba en Engeland — zo hield hij per post een vooroorlogse kring in leven nadat de stad die haar droeg verdwenen was.
Johannesburg
1942 · Ilse, zijn schoonzus
Regines zus schreef in mei 1942 uit Zuid-Afrika. De familie die in Amsterdam één huishouden was geweest, zat toen verspreid over vier continenten en ruziede per luchtpost.